CURAÇAO NU. COM

 

Reisverhalen


 

Guatemala

home


 

Activiteiten Archief

Geschreven

Op reis

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Een voorval in San Juan Chamula

Het is 5 mei 2004, bevrijdingsdag in Nederland. Ik ben in San Cristóbal de las Casas, Guatemala. Na het ontbijt ga ik op weg naar Na Bolom, het museum van wijlen Gertrude en Frans Blom over de Lacandón Indianen in de oostelijke Chiapas. Het museum is dicht tot in de namiddag. Ik loop de Calle Honduras in en neem het busje naar het dorpje San Juan Chamula, eens een bolwerk van verzet tegen de Spanjaarden en van een opstand in 1869. De Lonely Planet belooft een interessant bezoekje aan de kerk, waar Tzotzil Indianen een eigen rooms ritueel opvoeren. Het busje snelt over een slingerweg door het bergland. Onderweg armelijk huisjes, akkertjes en bos hier en daar. Op de plaza aangekomen koop ik een toegangskaartje voor de kerk. Vrouwen in geborduurde, kleurige kleding ruimen de resten van de ochtendmarkt op. Lege kratten, opgerolde doeken, platgetrapte vruchten en groenten. Fris ruikt het niet. De cafeetjes omheen de plaza zijn verlaten. Het zonnetje probeert nog tussen de wolken door te komen. Ik ga de kerk binnen. Na een beetje geknipper onderscheiden mijn ogen links en rechts en recht vooruit grote glazen stolpen waaronder beelden van heiligen. Johannes de Doper blijkt favoriet. Ze hebben bijna allen een ernstige, droevige en misschien wel meewarige blik. Ik zou ze graag een beetje opbeuren. Vlak voor mijn voeten ontdek ik Indianen in een kringetje zittend op de plavuizen vloer. En bij nader inzien zitten er tot bijna voorin de kerk plukjes Indianen met gekruiste benen op de grond. Van dichtbij hoor je ze mompelen, prevelen, zingen, bidden vermoedelijk. Ze zitten rondom en tussen kaarsjes, waxinelichtjes en flesjes coca cola, het groot kapitaal dat reinigend werkt. In een zee van flakkerende lichtjes bewegen de Indianen zich wiegend heen en weer. Van onder hun wijde kleren toveren vrouwen kippetjes tevoorschijn, waarmee ze aandachtig, bijna ingetogen boven de walm van de kaarsjes heen en weer zwaaien. Ook de kippetjes werken reinigend, dood of levend ik weet het niet. Ik loop naarvoren tot mij een halt wordt toegeroepen. Het gebod is fysiek onverbiddelijk. Over de hele breedte van de kerkvloer schuifelen mannen op hun knieën over de grote plavuizen, ijzeren krabbers in de hand. In een brede phalanx bewegen ze zich langzaam voorwaarts en scheppen het kaarsvet van de stenen vloer voor zich uit naar de uitgang. Lang kan ik mijn plaats niet meer behouden. En even langzaam als zij beweeg ik me achterwaarts naar het portaal met de hoge houten toegangspoort. Voor mijn ogen dansen in het donker de kaarslichtjes en de schaduwen over de grond - een geel oplichtende golfslag beneden de voeten van de nog altijd droef kijkende heiligen. Op zoek naar het daglicht duw ik het deurtje naarbuiten open.
Ik sta buiten, in een dichte nevel,stromende regen. Ik zie geen hand voor ogen. De wereld is grijs en ondoordringbaar. De plaza is verdwenen in een regenwolk Ik druk me schuilend tegen de poort. Even later voel ik dat de deur achter me open gaat. Terwijl ik lichtjes uit mijn evenwicht raak, zie ik vlak langs me heen een kleine Indiaan - zestig procent van mijn lengte - in een wit gewaad tot op de grond voorbij stuiven. Als een vogel met een lamme vleugel scheert hij scheef en wit, met een gebogen arm als kaarsenhouder, de regenwolk in. Een luide vuurwerkknal in de regenwolk en de Indiaan schiet uit het niets tevoorschijn, verdwijnt schielijk de kerk in. De deur valt dicht. Het is stil onder het dichte scherm van regen. Dagen later vertelt een gids het verhaal dat Indianen zo’n medelijden hebben met die droevige heiligen van de Spanjaarden, dat ze besloten deze wat op te vrolijken en voortaan vuurwerk af te steken in de hoop dat de droeve mond zich opkrult tot een blijde glimlach. Een Indiaan lacht in zijn vuistje. 

 Derk Cools
 

Best Free Hit Counters
Website Counters
Website Counters