Ingezonden!
 

home

D. Cools


Hier vindt U ingezonden brieven van mondige burgers
 

 

Ingezonden brief

Carmabi en de Daaibooibaai

Carmabi is een mooie instelling, waarop het eiland trots mag zijn. Het doet (wetenschappelijk) marine onderzoek en heeft daarmee een goede naam in de regio opgebouwd. Onderzoek kost geld, de goede naam van het instituut versterkt het imago van het eiland. Beide houden elkaar in balans. Daarnaast beheert het ook nog enkele parken en stranden. Daarvoor gaat het de commerciële toer op. Noodgedwongen min of meer, omdat de politiek zwaar bezuinigt op de subsidie aan Carmabi. Op zich is er niets tegen een wat meer marktgeorienteerd denken bij instellingen, die subsidie ontvangen. Zo blijft het contact met de buitenwereld in stand en komen prikkels binnen die de efficiency van werken in de instelling bevorderen. Dit geldt ook voor Carmabi met dien verstande dat het doel van de commercialisering niet de inkomsten mogen zijn, maar het vergroten en verbeteren van onderzoek en beheer. Marktwerking kan derhalve maar een beperkte ruimte krijgen binnen een onderzoekinstelling, anders komen de eigen doelstellingen in het nauw. Het lijkt er op dat dit het geval is bij het beheersplan voor de Daaibooibaai. Deze baai heeft nog altijd een heel eigen, natuurlijke ambiance, die zijn grond vindt in ligging, vorm en gebruik van het strand en de zee. Bij dit laatste speelt vooral dat lokale vissers hier een eigen plek hebben. De bezoekers van de baai komen overwegend uit de directe omgeving, maar ook toeristen voelen zich tot deze geheel eigen sfeer aangetrokken. Dit komt vooral ook doordat de commercie zich in bescheiden, maar efficiente vorm manifesteert. Van Dongen met zijn snack bevindt zich als het ware op de achtergrond en de baai zelf met zijn strand en rotspartijen bepaalt het totaal beeld. Dit is geen bed aan bed strand zoals Jan Tiel. Hier hoor je niet een luide generator voor een commercieel restaurant draaien zoals op Porto Mari. Hier is geen duikschool met al zijn nodige voorzieningen. Geen toeters en bellen. Hier komen enkelingen en families, die zelf hun hapjes en drankjes kunnen mee nemen. Ze komen om te zwemmen, te zonnen, te kletsen en op aangewezen plekken te barbecuen. Rommel achter laten is niet de stijl. Zo nodig spoort van Dongen de mensen aan of ruimt zelf op. Nee, Carmabi, hier is de natuur zelf nog de grootmeester van de ontspanning en dat moge zo blijven. Carmabi zal toch wel de laatste instelling zijn die dit mag ontgaan. Aan een beheersplan voor de Daaibooibaai bestaat echt geen enkele behoefte onder de mensen, de gebruikers ofwel het volk van Curacao zoals de politici hier zo graag zeggen. Het is dan ook de omgekeerde wereld dat Carmabi subsidie voor beheer door de polici wordt onthouden en zo gedwongen is om zich tegen de natuur en de natuurliefhebbers te keren. Carmabi zal zich tot de politiek moeten wenden om haar subsidie terug te krijgen voor haar hoofddoelstelling: (wetenschappelijk) onderzoek en (verantwoord) beheer van de natuur. De politiek zal de hand in eigen boezem moeten steken en het geeft geen pas dat ze één politieke partij mooie sier laat maken als plotselinge beschermer van de Daaibooibaai en zijn snackbeheerder. Het commercialiseren van de exploitatie van de Daaibooibaai is het verkwanselen van de natuur door de politiek, waarvoor Carmabi zich niet moet lenen. Steun Carmabi in herstel van zijn positie en laat de Daaibooibaai zoals het is: een natuurlijke baai voor de mensen.

 


 

© D.Cools