De dood in de pot?
Een begrafenis kan wel wat moois hebben, maar blijft een
afscheid. Dat kan niet de bedoeling van een inaugurele
rede aan de UNA zijn. Zo begrijp ik Carlos Weeber. Ook
potsierlijke hoofddeksels veranderen daar weinig aan.
Overigens hebben ze wel wat net als de toga’s, tropisch
van kleur en temperatuur. Zo goed als ook de begniffelde
‘bedelstaf’ van de pedel, tenslotte geraken veel
kunstenaars uiteindelijk aan de bedelstaf. En in de
oratie van Rutgers ging het inderdaad over kunst,
althans over literatuur en nog wel Caribische
literatuur. Of over de dood in de pot? Een mooie titel,
wel, maar toch wat prematuur – hoop ik.
Ooit woonde ik tegenover een begrafenisonderneming met
de naam ad Patres( naar de vaderen). De naam getuigt van
gevoel voor traditie en zo is het ook met de literatuur.
Een literair werk staat in een traditie, zelfs al zet
het zich er tegen af. Het wordt door de literaire
kritiek onderzocht en later gecanoniseerd. Als de
literaire kritiek verstomt, valt ook de traditie dood.
Op zoek naar de moordenaar, de dader, komen we
vragenderwijs, volgens Weeber, bij het Papiamentu en
zijn loftrompet. Deze moet zo luid geklonken hebben dat
de laatste jaren de Caribische literatuur in het
Nederlands is verstild. En Frank Martinus Arion is
wellicht de hoofddader, de opper trompetist die de
boventoon voert. Hij schrijft in het Nederlands, dat hij
verfoeide (?), maar hij is en blijft de grote
propagandist van zijn moedertaal, het Papiamentu. En zo
moet het en zo hoort het ook, zeker. Hem treft geen
blaam.
Ervan uitgaande dat Caribische literatuur hier op het
eiland geschreven wordt in het Nederlands, Papiamentu,
Spaans of Engels, moet of het Caribische zieltogend zijn
dan wel het Nederlands, terwijl de overige drie talen
misschien een literaire opvlucht maken. Ik weet het
niet. Wel weet ik dat het Papiamentu als literaire taal
nog in de kinderschoenen staat. In zoverre er voor deze
taal al van traditie sprake is, wortelt deze in de orale
cultuur, het gesproken en gezongen woord. Hoor! Men zit
hier in de tropen niet binnenshuis en kniest en schrijft
en kwelt zichzelf en bemint de ander, maar men praat,
zingt, musiceert en danst buiten, op straat, op de
dansvloer, onder de sterrenhemel, aan zee. Weg met het
schrift, het boek? Speel domino of ga desnoods naar het
casino. Koop onderweg een gelukslot. Lees een glossy
tijdschrift, een magazine, lees de Ñapa in moderne snit
als snek, als tussendoortje onder het genot van een
wijntje en een voorbij komende boembox en nog een
boembox. Het is de vluchtigheid van het bestaan, niet de
onverdraaglijke lichtheid van het bestaan, dat zich hier
wreekt? Wie niet Caribisch leeft, schrijft niet
Caribisch?
De Caribische literatuur op de Antillen was vooral een
bezigheid van de bovenlaag, die Papiamentu en Nederlands
sprak en schreef. Die bovenlaag is er nog, maar sterft
uit, denk ik. Of raakt steeds meer in het gedrang. Na
1969 is het not done zich al te zeer te manifesteren als
aparte groep. Misschien zijn er nu paradoxaal gesproken
meer bovenlagen en door elkaar heen. Of sowieso is er
geen bovenlaag meer. Hoort u de andere (lof) trompet?
Toch ad patres, voor de Nederlands Caribische
literatuur? En met de patres verdwijnen ook de lares –
de huisgoden, zoals de Romeinen ze thuis aanbaden.
Bestaan er Caribische huisgoden, die de wedergeboorte
van Caribische literatuur in het Nederlands inspireren?
Dat is toch wat goden doen? Zij belichamen immers de
traditie, waarover ik sprak en waaruit de schrijver put.
Wie zijn die goden, die vertellen over het leven op de
Cariben of is het Caribisch leven op sterven na dood? En
wie zijn de schrijvers die de goden volgen op de voet?
De Cariben zijn altijd georienteerd geweest op elders,
de landen van herkomst, de Europese en de Afrikaanse, op
Latijns Amerika. De Caribische literatuur heeft zijn
inspiratie bronnen gevonden in een mengeling en
vermenging van deze culturen ter plekke. Maar als één
van de bronnen opdroogt en die taal verstomt, gaat er
een snufje Caribisch te loor.
Kom uit de baai, kom van de dansvloer, kom bij de snek
vandaan, dichters en schrijvers in de Nederlandse taal.
Voor de draad met uw verhaal, gedicht, essay of lied. Er
is niet voor niets een nieuwe leerstoel aan de UNA
ingesteld. En wie weet, is er wel een literaire revolte
aanstaande. Misschien staan de Cariben op verzuipen.
Global warming, orkanen, global economy, verstikkende,
zwavelende luchtvervuiling, stervend koraal,
criminaliteit en drugs, invasie van toeristen.
Wanbestuur? En toch weer carnaval. Onheil genoeg voor
een literair reveil in dit paradijs, in de luwte van het
wereldgebeuren? Schrijven in de wereldluwte of wel, hoe
blijven we Caribisch en Beneden de Wind? Red de
Caribische literatuur, kruip achter de computer, schrijf
of word gewoon toerist.
|