Powaqatsi en de Isla
Teatro Luna Blou vertoonde onlangs de film Powaqatsi
van Coppola met muziek van Philip Glass. Er zaten zowaar
mensen in de zaal. Keurige, kunstminnende mensen. Het
theater verdient (nog) beter, meer publiek. De stoelen
zijn goed, het filmdoek is hoog opgespannen, de
akoestiek bijna te goed. Hoewel de film al dateert van
1988, is hij nog steeds bijzonder en actueel. Allereerst
omdat het filmisch een meesterwerk is. Het camera oog
tast in vertraging mens en wereld af in een orgie van
beweging en kleur, sleurt de kijker mee door een zee van
mensen, die deint en golft en schittert in het licht van
zonsop- en ondergangen. Het laat bijna tachtig minuten
lang zonder woorden, onder een aanhoudend ritmische
muziek, mensen in menigte en in enkelvoud zien.
Zwoegende, ploeterende mensen in een niet aflatende
arbeidsdans door het leven. Zij zijn zonder onderscheid
onderweg, werken en bidden, meten zich met de natuur,
slijten hun lijven, verspillen hun krachten in het vaste
geloof van een mythologisch strijd dat het leven de
moeite is van het overleven. Zij zijn op weg naar
nergens, maar putten zich uit, hun spierkracht, hun
geestkracht, hun energie – zonder doel. Zij belichamen
de tweede wet van de entropie, waarbij energie wordt
omgezet in warmte, die opgaat in de ruimte. Het is de
lange weg van het verslinden van energie, van de
uitputting van menskracht. Dan neemt de mens zijn draai
en wisselt van paard. Op zijn gezicht verschijnt de
eerste glimlach. De machine maakt vrij. Einde aan al het
gezwoeg? Leven in vrijheid? Hij boort de vaste
brandstoffen van de aarde aan, laat machines bewegen,
spaart zijn spierkracht. Niet langer in filmische
vertraging, maar in versnelde opname put hij de energie
van de aarde uit. Ook hier op dit eiland. En wel
onmatig, ondoordacht, onbezonnen, ongeremd door het
verstand en tomeloos. Hier stookt Curacao vanaf het
begin van de vorige eeuw een vuurtje, dat dag en nacht
fakkelt uit de pijpen van de Isla raffinaderij. Dag en
nacht schitterende zonsopgangen. Het vuurtje stookt de
aarde, verhit de atmosfeer, stoot CO2 uit, verlicht de
nacht, vergast de mensen. Aan het eind van de vorige
eeuw laait hier eindelijk ook het verzet op. Maar de
afstand tussen het gezond verstand en de Isla lijkt als
die van de haas, die niet in staat is de schildpad in te
halen. Niemand weet of wil weten wat de Isla in zijn
schild voert, terwijl het beest ongestoord voort kruipt,
het land en de lucht vervuilt. Het haasje springt dat
het een lievelust is, maar blijft alsnog het haasje. Ook
de bestuurders verschuilen zich onder het schild, doen
misschien wat het daglicht niet verdraagt. De glimlach
verandert in een grijns, die met stomheid slaat. Een
film, actueel, ik zei het, zonder woorden, een stomme
film, die het bestuur van het eiland elke dag opnieuw
vertoont. In een verstarde grijns van kortzichtigheid
kijkt het - in de lucht.
|