Open brief aan Mevrouw Bijleveld
Mevrouw,
U bent in Wishi en Marchena geweest. U hebt de stank van
de Isla kunnen opsnuiven, met de vinger het roet van
tafels en stoelen kunnen opstrijken. U hebt onder de
fakkelende pijpen van de raffinaderij gelopen, zelfs een
foto gemaakt. De zieken hebt u misschien opgezocht.
Zo bezocht ik jaren lang vanuit den Haag, namens de
Minister van Economische Zaken, de zgn. zwakke gebieden
in de provincie. Ik ging naar Oost Groningen, waar Fré
Meis van de communistische partij, de boel op stelten
zette. Het stonk er ongemeen in het kanalengebied van de
Veenkoloniën. Je rook de rotte lucht van de fabrieken al
bij Assen. In de winter kon je het gas in de bevroren
kanalen aansteken. Moest het afvoerwater van de
aardappelmeelfabriek niet worden gesaneerd? Moesten de
strokarton fabrieken niet dicht? Kon er nog een
scheepswerf worden gered? Men had het arm. Ik ging naar
de Oostelijke Mijnstreek in Limburg, waar de een na de
andere steenkoolmijn dicht ging. Alle wegen, spoorwegen
liepen er sindsdien dood. Huizen verzakten of lagen op
de verkeerde plek. De mijnwerkers raakten hun werk
kwijt, hadden stoflongen, moesten worden omgeschoold.
Hun zonen en dochters misten elk perspectief op werk.
Later ging ik naar Twente, uw geboorte streek, meen ik.
Zonder industrie-steun hielden de textielbaronnen de
internationale concurrentie voor gezien. De streek
stortte in. Midden in Enschede en elders stonden de
kolossale fabrieksgebouwen leeg. De arbeiders zaten
thuis, zonder werk. Hetzelfde liedje in Helmond, Tilburg
en ga zo maar door. In al die streken heeft de
Nederlandse regering, kabinet na kabinet, samen met de
regio, gemeenten en provincie, de schouders onder
herstructurering en vernieuwing gezet. Ze heeft er
miljarden guldens in gepompt. Er is met volharding geld
uit Brussel gehaald. Er zijn Europese programma’s
opgestart.
Mevrouw, ik woon nu bijna veertien jaar op Curacao.
Staatkundige vernieuwingen, prachtig en misschien wel
noodzakelijk. Curacao is en blijft deel van het
Koninkrijk. Maar de Isla, mevrouw, dat kan zo niet
langer. Het is hoogste tijd voor een plan: sluiting en
sanering.
Ik zond de fractieleiders, die hier onlangs op bezoek
waren, een brief. (Amigoe, 31 oktober, Alle hens aan dek
) Er staat een breder plan in, dat Nederland en Curacao
samen kunnen opzetten. Mochten de Kamerleden het in al
hun onderling gekrakeel nu al vergeten zijn, misschien
kunt u er mee aan de slag gaan in het kabinet.
|