Ingezonden!
 

home

D. Cools


Hier vindt U ingezonden brieven van mondige burgers
 

 

August Willemsen

Ik herinner me nog goed die keer, jaren geleden, dat August Willemsen hier op de UNA een workshop ‘vertalen’ zou geven. Hij kwam de eerste avond niet opdagen. Sydney Joubert verontschuldigde hem op zijn bekende, charmante manier. De volgende keer zat ik weer braaf in het bankje. Hij gaf een lesje in vertalen Portugees- Papiamentu. Hij zei dat hij de laatste taal niet beheerste. Ik kende eigenlijk geen van beide talen, maar het waren uren van virtuose (ver-)taalkunst, in het Nederlands. Levendig, briljant en vermakelijk vooral, zoals Willemsen vertaalde met en vanuit dat heel lange, beweeglijke lijf. En met die bril van zijn neus naar zijn hand en weer terug. Hij jongleerde met woorden en betekenissen, beoefende een ware taalacrobatiek. Op internet kun je natuurlijk alles over Willemsen vinden. Zijn betekenis als wegbereider van Fernando Pessoa en Drummond de Andrade naar de Nederlandse lezer. Ik wil hier twee dingen nog noemen, die misschien al weer vergeten zijn. Willemsen was bevriend met Hans Faverey, een groot dichter in het Nederland uit de tweede helft van de vorige eeuw. Een zogenaamd moeilijke dichter, die bijna nooit een interview afstond. Jan Brokken, niet onbekend op dit eiland, was één van de bevoorrechten. Faverey is geboren (1933) aan de overwal, in Paramaribo, iets wat niet velen weten. Het verklaart misschien wat van zijn bijzonder taalgebruik, hoewel ik daarover nooit iets heb kunnen vinden. Willemsen en Faverey waren beiden echte voetballiefhebbers. Guus Middag schrijft ergens dat toen Faverey een fenomenale penalty op de TV zag, een slap boog balletje, terwijl de keeper al in de hoek dook, hij gezegd moet hebben, ‘moet je zien, dat is toch poëzie.’ Misschien was het wel in het bijzijn van Willemsen, dat Faverey van verbazing uit zijn stoel op de grond gleed en daar even lang als de keeper bleef liggen. Een tweede ding is dit. Iedereen weet dat Willemsen Braziliaanse brieven schreef, die ook met een literatuur prijs werden bekroond. Minder bekend is dat hij in het begin van de jaren tachtig ‘Brieven uit Brazilië’ van de Nederlandse edelsteenzoeker Nicolaas Verschuur (rond 1900) opduikelde, samenstelde en liet uitgeven. Zij behoren tot de beste reisliteratuur die ik ken en Willemsen zegt hiervan ‘ik moet zeggen dat ik de lectuur bij vlagen zo’n verademing vond dat ik me erop betrapte een hekel te hebben aan een heleboel ‘literatuur’. Een soortgelijke reactie als van zijn vriend, de dichter Faverey op het geniale doelpunt als poëzie. Beide kunstenaars, met hun taalkunst scherend vlak over de werkelijkheid, zou ik zeggen.