De Weg Kwijt
Dat is natuurlijk het mooiste, op een klein eiland de
weg kwijt zijn. Je waant je even in een grote wereld, de
grote wereld. Dominique Adriaens schrijft dit, een
beetje verontwaardigd, in haar stukje Onzichtbaar. Het
eiland de weg kwijt, zegt u? Nee, dat is minder.
Daarover schrijven eigenlijk alle briefinzenders. De
vraag is, doet het er toe, al die brieven. Een
rethorische vraag wellicht? Carlos Weeber roept op tot
het schrijven van ingezonden brieven – ook gewoon omdat
het leuk is. Geen slechte reden, zeker niet als je
weinig fiducie hebt in het effect ervan. Beter ook dan
pagina’s sport en ander leed, zoals hij zegt – hetgeen
hem door sportmensen en dokters niet in dank zal worden
afgenomen. Op een eiland met opmerkelijk veel obesity
bijna een kwinkslag. Ik ben geen lid van de Saia en kan
daarom geheel vrijblijvend Weebers aansporing
ondersteunen om zich eens wat meer met het bouwen op het
eiland te bemoeien. En vooral met de hap snap
projectontwikkeling die in elk geval het beeld van het
landschap op het eiland grondig bederft. Misschien is
dat de enige leiddraad die er in de projectontwikkeling
valt te bespeuren. Een beroepsorganisatie als de Saia
sorteert met zijn bemoeienis hopelijk wat meer effect
dan een briefschrijver in de Amigoe, zoals
ondergetekende. Of de civic architecture, die Weeber
aankondigt, ook iets voor gewone burgers is, voor de
civil society, weet ik niet. De openbare ruimte is dit
wel. Mevrouw Adriaens getuigt ervan. Zij raakte bijna de
weg kwijt dankzij de nieuwe wegbewijzering. Ineens zijn
overal langs de openbare weg bruin gekleurde bordjes
verschenen om de weggebruiker een handje te helpen. Het
is aandoenlijk hoe men hier de toerist tegemoet wil
komen en laten zien wat er zoal op dit eiland te
bewonderen valt. Men heeft eens flink uitgepakt. Bijna
elke toeristische instantie uit de gele gids vindt zich
terug op een bordje. Het adagium lijkt te zijn hoe meer
informatie hoe meer bordjes, hoe beter. En ook het motto
klein maar fijn zal daarbij in gedachten gehouden zijn.
Soms wordt zelfs de naam Curacao expliciet vermeld –
alsof je je afvraagt ‘ben ik dan nog niet op Curacao?’
Dit duidt waarschijnlijk op een schriftelijke
orderplaatsing van de bordjes ergens ver weg in het
buitenland. (Wie is overigens de bijziende
opdrachtgever?) Er gaat een zekere trots uit van de
veelheid van de bordjes aan één paal. Kijk eens, wat
hier allemaal te zien en te doen is. Dat de kleur bruin
niet direct de beste ondergrond voor leesbaarheid mag
zijn, is over het hoofd gezien. Jammer dat de bordjes
soms het zicht benemen op de oude wegbewijzering, die
geen leesbril vergt. De charme van ons dushi Curacao
bestaat voor een deel in dit soort onzinnige dingen. In
de tijd van de verkiezingen hebben ook politieke
partijen zich soms met de openbare ruimte ingelaten en
hun kleur op rotondes en afslagen geklodderd zoals ook
een hond zijn terrein afzet. Weer anderen hebben zich
erin gespecialiseerd bestaande wegwijzers te ontvreemden
– collectioneurs van ANWB bordjes? De mondi lijkt
eveneens een soort openbaar kunstbezit als je de
ijskastroutes langs loopt. Ook natuurorganisaties
blijken evenmin gespeend te zijn van kunstzinnigheid.
Midden in de mondi vind je stenen en stukken hout in de
meest affreuze kleurstelling als wegbewijzering. De
charme van ons Curacao landschap ligt in het ongeordende
en het ongeregelde. Dat moet zo blijven. Misschien is
het daarom toch beter dat men voortaan de handen af
houdt van de openbare ruimte en zijn artisticiteit
botviert in de private ruimte. De toerist en de
natuurliefhebber vinden hun weg wel op dit onmetelijke
eiland. |