Ingezonden!
 

home

D. Cools


Hier vindt U ingezonden brieven van mondige burgers
 

 

‘Ingezonden brieven’

Dat is een genre apart. De schrijvers vaak gefrustreerde lezers. Lezers die zich boos maken. Lezers die graag schelden. Lezers – ik schreef bijna ezels - die hun hart luchten om er geen moordkuil van te maken. Lezers die zich ergeren aan anonieme krantenartikelen. Lezers die zich krom lachen om de onzin, die ze lezen. Schrijvers die.., zijn het schrijvers? Nou ja, schrijvers! Laatst las ik zelfs een ingezonden brief met de aanhef ‘beste Derk’…. Ze zat aan een te lange tafel, te ver van me vandaan, ik kon haar niet goed verstaan. En voordat ik het vergeet. Onlangs kwam ik een lezer tegen. Ach wat een emoties, wat een lawaai van die ingezonden brievenschrijvers, zei hij. Feiten, rapporten, daar heb je wat aan. Dan verandert er misschien wat. Niet die ingezonden brieven zwevend in de lucht. Brieven zonder argumenten. Geraaskaal van een arme ziel. Die pennelikkers kennen hun onderwerp niet eens. Weten net zo min als de politici waarover ze praten. Hopeloos tijdverdrijf en tijdverspilling. De feiten, meneer, geen opinies, maar rapporten, stapels rapporten over de Isla, over het ziekenhuis, over de bouw van hotels, over airport tax, holiday resorts, de gevangenis, over schoolbesturen. Rapporten. En zo is het, dacht de man. Maar debat, dialoog, discussie dan, vroeg ik? Ach, dat kan men hier ook al niet. Men kan niet eens een dialoog van een debat onderscheiden. Men houdt hier een dialoog met tien partijen, uitgenodigd door de Minister President! Regels voor een debat of de rethorica. Bestaan die dan? Ja, rethoriek dat is wat men kent. Prachtig, amusant, maar leeg. Zonder te weten wat het is. Dat het zo heet. Dat rethoriek net zo leeg is als feiten dat zijn. Ik zei het eerder al. Feiten zijn niks, meneer. Neem het weerbericht. Men voorspelt een bui, een plaatselijke bui, nog wel. Misschien valt er echt regen. Misschien trekt er een bui over. Dat is een leeg feit. Het betekent op zich niets. Maar als je boer bent, in je goeie goed over straat gaat, een kip, een vogel, een ober, een oorwurm bent, ja dan weet je misschien wat je te doen staat. Betekenis zit in de waarde, die je aan het feit toekent. Mijn land wordt nat, ik kan niet oogsten. Mijn overhemd wordt ‘drijf’, ik kan niet over straat. Mijn vleugels worden (echt te) zwaar, ik kan niet vliegen. Waar is mijn schulp, roept de oorwurm nog wanhopig enz. Rapporten over de Isla. Ach, Meneer Davelaar zegt nog net dat ze wetenschappelijk zijn. Hij bedoelt daarmee, geloof ik, dat je er niets aan hebt. Vroegtijdige doden, wijs me ze eens aan? Hoe zien die er uit? Wie dan, overleden waar, in welk ziekenhuis, in welke kliniek, in welk bed? Meneer Davelaar weet van niks, van de prins geen kwaad? Dit zijn slechts berekeningen, misschien zelfs over elders, over China misschien wel of noem maar een ver, groot land. Dat spreekt tot de verbeelding. Hij krijgt nog eens de lachers op zijn hand. Maar een Chinees is een Chinees, is een mens. Een Curaçaoënaar is een Antilliaanse Nederlander – nog wel -, is een mens. En gif is gif roept de onvermoeibare van Leeuwen. Gif voor ieder mens, ongeacht zijn kleur – en voor elk dier, voeg ik er schielijk aan toe, voordat ik mevrouw M.Thiemes op mijn nek krijg. Katholiek of protestant of adventist of laoist of hindoe, gif is gif, voor iedereen. Berekening volgens de wetenschap of berekening (!) van de Gedeputeerde voor Volksgezondheid? Rapporten? Feiten? Gezond verstand? Meningsvorming misschien via de ingezonden brief?
 

 

© D.Cools