|
home
Activiteiten Archief
Geschreven
|
Hier gebeurt nooit iets
Mijn huis staat aan de voet van een heuvel. Vandaag regent het onafgebroken en
het waait. De heuvel wordt steeds natter en mismoedig ook om zoveel regen. Uit
de verte is het of de heuvel huilt, maar dat is overdreven, sentimenteel. Zo
zijn heuvels niet. De regen is dit keer grijs, van boven naar beneden in grijs
gestreken met lange halen. Niemand vindt dit prettig. Men houdt hier niet van
grijs.
Ik hoor de regen in de regenton en op het dak. Het regent in de mangoboom, het
grint en op de honden buiten. Zij houden óók niet van de regen. Zie, overal
staan hun poten op de porch. Hondenpoten heen en hondenpoten terug.
Vandaag heeft de regen geen benen en valt zomaar omlaag. Ik sluit de ramen en de
deuren. Mijn huis lijkt wel een vesting. Buiten verzamelt zich het water, zoekt
zich een weg omlaag, zoals gebruikelijk. Omheen het huis, onder de trinitaria
langs en tussen de cacteeën en de palmen door. Het spoelt in stroompjes door de
tuin en ruimt het onkruid. Het water gaat zijn eigen gang. Overal glinstert het
_ of bliksemt; er iets in mijn oog?
De regen komt uit niemandsland.
Er is een volksverhuizing van beesten bezig. Het is de regen, zegt men. In geen
dagen heb ik een leguaan gezien. Hij heeft zijn werk gedaan en luiert in het
land der blinden. Ook de mieren zijn verdreven. Weg. Hun sporen zijn gewist.
Migranten zonder woning. Zoek. Ze zijn wellicht verdronken in al het water uit
niemandsland. En meer dan ooit hoor ik troepialen schreeuwen, schel en
ruzieachtig. Met vieren soms zelfs vijven zitten ze in de kenepaboom, elkaar
bevechtend om wat? En de spotvogels, zo spichtig en flodderig in de wind,
bevliegen mijn porch, drinken de restjes koffie uit de kopjes. De aarde in de
tuin is nagenoeg doorweekt. Eerder al is een jonge boom bezweken toen de bodem
begon te zweven in de eigen moddergrond. De regen verdrinkt in eigen water.
Dun en donker zijn ze, bruin en klein van stuk. Ze kruipen op de porch, ze
schuiven over de tegels, ze beklimmen de muren, ze huizen onder de deurmat en in
mijn schoenen buiten op het trapje. Onmerkbaar bewegen ze, krullen zich soms
eigener beweging, miniscule maantjes. Ze zijn ook binnen, binnengedrongen
ongemerkt _ door de reet onder de deur, de kieren van de ramen, dwars door de
horren. Ze zijn nu overal en griezelig ook, vooral wanneer ze over je kussen
kruipen of in je oor bijvoorbeeld. Ze bevolken de vloer, schuifelen over de
plavuizen en kleven aan de wand _ zo dun en licht zijn ze. Misschien kleven ze
ook wel aan je vinger vast als je ze voorzichtig beetpakt om in het natte grint
te zetten. Maar het is voor even. Ze zijn als vlinders _ leven kort, misschien
zelfs nog geen dag.
Soms nadert er een grote schoen en blijft er slechts een streepjesvlek... Liever
veeg ik ze met de bezem zachtjes de veranda af, de dunne, donkere aaltjes zonder
benen, sikkelachtigen uit niemandsland. Hier gebeurt nooit iets.
Derk Cools
volgende
Best Free Hit Counters

Website Counters
|